Posts tonen met het label BRM. Alle posts tonen
Posts tonen met het label BRM. Alle posts tonen

zaterdag 27 april 2019

Een brevet bij de zuiderburen: 400 km vanuit Herentals

Voorjaar 2019. Dat betekent de kwalificatie voor Parijs-Brest-Parijs volbrengen. De 200 km had ik al in november vanuit Boekelo gereden; de 300 eind maart vanuit Landgraaf. Ik had me voorgenomen zo snel mogelijk ook de 400 km en de 600 km af te ronden, om er zeker van te zijn dat ik mee zou kunnen doen. En als er dan toch een brevet niet zou lukken, dan zou er nog genoeg herkansingen zijn.
Vorig jaar had ik een 400 km-brevet gereden, het Rondje Zuiderzee. Dat was een relatief makkelijk brevet geweest, en toch zeer bevredigend omdat je het gevoel hebt een topografisch belangrijke route te fietsen. Dat topografische, dat is voor mij een belangrijk deel van de lol van het langeafstandsfietsen.
Dit jaar zou dit brevet ook georganiseerd worden, en wel in het weekend van 20-21 april. Pasen dus. Niet echt handig, zeker gezien familie en activiteiten in de kerk. Dat zou dus geen optie zijn om de 400 km te voltooien. Overigens werd het brevet een paar weken van tevoren helemaal omgegooid omdat de Afsluitdijk ineens per 1 april dicht werd gegooid voor fietsers.
Het volgende 400 km-brevet was een rondje door Noord-Duitsland vanuit Boekelo op 3 en 4 mei. En dan zou er het weekend daarna de eerste mogelijkheid zijn om 600 km te fietsen, vanuit Venray naar Groningen en via Noord-Duitsland weer terug. Niet echt handig, zo dicht op elkaar, en bovendien qua landschap nogal op elkaar lijkend. Wat dan? Het brevet vanuit Venray wilde ik toch echt wel rijden.
Bij het 300 km-brevet vanuit Landgraaf had ik gefietst in een groepje met een paar Vlamingen, die enkele weken daarvoor een brevet vanuit Herentals hadden gefietst. Dat zette mij aan het denken; er bleek inderdaad op 27 en 28 april een 400 km vanuit Herentals te worden georganiseerd. Waarheen? Richting noordoosten, met als noordelijkste punt... Nijmegen. Het omgekeerde van handig dus, eerst vier uur in de trein zitten om daarna op vijftien km na helemaal weer naar huis te fietsen, en dan weer terug naar Herentals met daarna opnieuw vier uur (on nee, werkzaamheden, dus vijf uur) in de trein terug naar Arnhem. Maar goed, het brevet zou om zes uur 's avonds beginnen, dus qua tijd zou het te doen zijn.
Een kaartje kopen bleek nog ingewikkeld; via de NS-website kon je geen fietskaartje kopen en toen ik een vrouw van NS aan de telefoon had verbood ze me bijna om op koningsdag een fiets in de trein mee te nemen, gezien de drukte die zij voorzag. 'De mensen hangen bijna uit de treinen" volgens haar. Ja, waar dan? "Ik woon zelf in Utrecht, en tussen Utrecht en Amsterdam is het extreem druk." Ik probeerde haar te overtuigen dat ik ver van de Randstad zou blijven en uiteindelijk kon ik op eigen risico een kaartje van haar krijgen.
Koningsdag viel halverwege mijn Paas-meivakantie, dus alle rust om een mooi brevet te fietsen. Het weer viel tegen; het leek koud en regenachtig te gaan worden. Na een prachtig paasweekend kon ik mijn winterfietskleren weer uit de kast halen. Verder weer de achterdrager op mijn Fairlight Strael gemonteerd voor de spullen die ik bij kortere ritten in een rugzakje doe. En een extra tasje aan de voorbuis gehangen met M&M's, bij wijze van experiment. Ik ben erg slecht in eten tijdens het fietsen; misschien kon ik deze makkelijker binnenkrijgen.
De treinreis was zoals ik had verwacht heerlijk rustig, zeker geen uitpuilende treinen. Alleen in Breda stapten wat meer mensen uit. Ik ook trouwens. In Antwerpen -Berchem overgestapt op de trein richting Turnhout en zo was ik al rond half vijf in Herentals. Het zou nog een kilometer of tien fietsen zijn naar de startlocatie, café 'De snelle Duif' in Morkhoven.
Omdat ik geen zin had om een uur extra in een Belgisch café rond te hangen zocht ik in Herentals naar een snackbar om alvast wat te eten, maar zonder succes. Ik ben een paar keer de binnenstad doorgereden, waarbij mijn fiets bijna uit elkaar stuiterde door alle kasseien. Wel een mooi centrum.



Dan toch maar langzaam richting Morkhoven gefietst. Ik kende dit stuk, want afgelopen kerstmis was ik hier al eens langs gefietst op weg van Brussel naar Arnhem. Het grootste deel was over een voormalige spoorlijn, en op het voormalige perron van Morkhoven ben ik nog even op een bankje gaan zitten om een koek te eten.

Tegen half zes was ik in 'De Snelle Duif'. Er waren al meerdere fietsers, maar geen organisator. Ik bestelde een alcoholvrij biertje en raakte in gesprek met een andere Nederlandse randonneur. Niet lang daarna konden we inschrijven (voorinschrijvingen, daar doen ze niet aan in België) en daarna bleek dat je gewoon mocht vertrekken, zonder dat er nog een afscheidspraatje van de organisator was of zo. Dus dan maar op de fiets, mee met een willekeurig groepje, waarvan al snel bleek dat ze mij te langzaam fietsten.



Ik had sowieso eigenlijk niet zo'n zin om in een groep te fietsen. Ik weet niet waarom; een maand eerder was het fietsen in een groep juist fijn geweest, maar vandaag wilde ik graag in mijn eigen tempo fietsen. Dat ging al snel fouyt, want ergens langs het kanaal Bocholt-Herentals kwam er een andere deelnemer bij me fietsen die graag aanklampte omdat zijn GPS-apparaat het niet deed. Het was een tweedehands Garmin van tien jaar oud die hij kort daarvoor had aangeschaft. Nou ja, geen probleem. Maar een kilometer of wat verder, nog steeds langs hetzelfde kanaal (dat we tot Nederland zouden volgen) werden we door een grote groep ingehaald die mij te snel gingen maar hem kennelijk niet, zodat we elkaar weer kwijtraakten.




Vlak voor de Nederlandse grens wisselden we van kanaal; er volgde nu een stukje Zuid-Willemsvaart, dat voor mij sentimentele betekenis heeft omdat mijn grootouders aan dit kanaal woonden en mijn moeder an dit kanaal is opgegroeid.




Eenmaal de Nederlandse grens bij Weert gepasseerd ontstond er een soort haasje-over met een groep Vlamingen die het niet eens werden over hun eigen tempo en uiteindelijk als groep uit elkaar vielen. Ik zou ze weer tegenkomen bij het eerste controlepunt in Baarlo, bij Venlo. Toen was het al helemaal donker geworden. We zaten bij een snackbar/pizzeria en iedereen leek iets te gaan bestellen, maar ik hield het bij een ice tea, wetende hoezeer een stevige maaltijd mij altijd opbreekt tijdens een brevet. Ik ging dan ook eerder weg dan de rest en fietste zo weer in mijn eentje door het centrum van Venlo, maar de meeste koningsdagactiviteit alweer voorbij was.





Boven Venlo, bij Arcen, ging het opnieuw de grens over, Duitsland in. Dat betekent ook de grote duisternis in; het is in Duitsland altijd een stuk donkerder dan bij ons. Door mij onbekende dorpen, buiten langs de stad Geldern om, kwamen we bij het keerpunt, Alpen. Ongemerkt waren we wat gestegen, en Alpen in was er een flinke afdaling, waardoor ik bijna de controlepost voorbij reed. Het was half een 's nachts. Deze keer bestond de controle uit organisator Jan bij de open achterklep van zijn auto. Ik kreeg een stempel, een wafel en een cola. Al bijna meteen arriveerde er een grotere groep, en ik kletste wat met andere randonneurs, waaronder Ben, een wat oudere Nederlandse deelnemer met veel randonneurservaring.

Tot nu toe was er wind mee geweest; we zouden nu richting Noord-westen gaan en ik verwachtte meer tegenwind, maar dat viel mee. We reden richting Xanten en vanaf daar langs de Rijn verder. Het gebied werd voor mij steeds bekender; vanaf de Rijnbrug richting Emmerik kende ik eigenlijk alle weggetjes wel. Mijn Garmin had nieuwe batterijen nodig; toen wilde hij natuurlijk niet opnieuw opstarten, zodat ik noodgedwongen achter twee anderen aan moest fietsen die mij passeerden terwijl ik stond te prutsen. Maar na enkele minuten geaarzeld te hebben besloot het apparaat om toch maar toe te geven en weer normaal te gaan werken. Toen ben ik weer weggefietst bij de twee anderen (onder wie Ben, de randonneur met wie ik in Alpen al had staan praten).
Ik kreeg steeds meer een gevoel van thuiskomen, zeker toen we Nederland weer in waren gereden, en al helemaal toen ik onder de Waalbrug door fietste.



Ik heb tien jaar in Nijmegen gewoond en ontelbare keren ben ik door de Ooijpolder gefietst en Nijmegen vanuit het oosten binnen gefietst. Alles was bekender dan bekend. Maar geen tijd om in Nijmegen zelf te stoppen; het controlepunt was in een benzinestation in Dukenburg, helemaal aan de westkant van de stad. Een scène zoals je die alleen bij randonneursbrevetten tegenkomt: midden in de nacht (het liep tegen half vier) in het winkeltje van een benzinestation, meerdere fietsen voor de deur, binnen vermoeide fietsers die van alles bestelden en naar binnen werkten. Ik nam een warm broodje ham-kaas, dat normaal gesproken weinig voorstelde, maar mij juist op dat moment erg goed smaakte. Dus nam ik nog een warm broodje. Dom, ik had beter moeten weten. Juist bij dit soort eten moet ik maat houden. Ik merkte het tot mijn schade tijdens het volgende traject.

Na wat gekletst te hebben met enkele Vlamingen en Nederlanders vertrok ik toch weer alleen, maar ik werd al snel achtervolgd door enkele anderen die mij bij Druten inhaalden. Ik herkende ze uit de pizzeria in Baarlo. Per saldo hadden we dus even snel voortgang gemaakt, ik met wat korter stoppen, zij met sneller fietsen.
De wind deed zich nu wel gelden, en zeker vanaf Druten waar we de Waaldijk gingen volgen. Het begon licht te worden in het Noord-oosten, de wind nam ook weer toe en de snelheid ging aanmerkelijk omlaag. Bij Wamel ben ik nog maar even gaan zitten om de benen even te laten rusten en om wat bij te eten.



De dijk bij Herenwaarden tussen Maas en Waal was helemaal zwaar tegen de wind in. In Rossum werd ik bijgehaald door een van de andere Vlamingen, Karel, die ik in Baarlo al had ontmoet. Hij had al een tijdje achter me gezeten en met moeite mij bereikt. We fietsten samen een stuk verder over de Maasdijk naar Hedel, dan de Maas over en Den Bosch in, onderwijl ervaringen en plannen uitwisselend over randonneurstochten en natuurlijk Parijs-Brest-Parijs. Karel fietste op een prachtige maatfiets van Noble, iets wat ik ook nog altijd een keertje zou willen, maar wat ik voor mezelf nog niet kan rechtvaardigen.

In Den Bosch was het weer een tankstation waar we moesten zijn voor de laatste controle. Toch een wat gewonere sfeer omdat het alweer half acht was en dus gewoon dag. Ik bleef niet lang hangen en ging weer in mijn eentje verder, door Den Bosch en Vught, dwars door Midden-Brabant. De vermoeidheid deed zich steeds meer gelden en in Oisterwijk heb ik nog een kwartiertje in een bushokje uitgerust. Daarna verder richting zuiden, nog steeds met tegenwind, die niet eens erg hard was maar toch erg tegen.
Voorbij Hilvarenbeek



reden we in het bos België weer binnen. De route volgde een wirwar aan plattelandsweggetjes. Ik werd weer ingehaald door Karel, ben nog even aangehaakt, maar bij Ravels kwam een groep zondagochtendrenners ons voorbij waarbij hij aanklampte, maar die voor mij te snel gingen. In Turnhout nog even gestopt bij het station, waar helaas alles dicht was en ik alleen iets uit een automaat kon krijgen.

Het laatste stuk richting Herentals ging ook weer over bochtige plattelandsweggetjes met de typische Belgische betonplaten. Nog steeds evenveel wind, maar doordat het einde in zicht kwam ging alles mentaal een stuk beter. De route ging met een rare boog om Herentals heen, om maar precies op 400 km uit te komen, en de laatste kilometers waren exact dezelfde als gisteren, en leken daardoor voorbij te vliegen. En dan was daar 'De Snelle Duif'.
Binnen zaten al wat anderen, net voor mij gearriveeerd. Het was half een, dus een mooie tijd van achttien en een half uur. Brevetkaart ingeleverd bij de kastelein en een warme chocolademelk besteld. Even de benen strekken en bedenken wat verder te doen...



Mijn fiets was door alle nattigheid ook niet schoon gebleven... had ik al gezegd dat het regelmatig wat had geregend? Geen echte plensbuien, en op een gegeven moment maakt het met alle kou en wind toch niet meer uit, dan wat regen er ook nog wel bij. De kou was erger, die maakte dat je nooit echt prettig langs de weg kon stoppen om even op een bankje te zitten, zonder al snel helemaal afgekoeld te raken. Aan de andere kant, dat is nou natuurlijk precies wat je niet moet doen, te lang langs de kant van de weg gaan zitten...

Maar ik mag niet klagen; een deelnemer had zodanig verkleumde handen dat hij onder andere daardoor in Nijmegen had moeten opgeven. Ik had het volbracht en was weer een stukje dichter bij PBP.
Ja, en dan de terugreis. Ik zag nogal op tegen vijf uur in de trein zitten, en tegelijkertijd wilde ik een patroon doorbreken. Het is een bekend patroon: je gaat een bepaalde afstand fietsen, of het nu 100, 200, 400 of 600 km is, en als je die afstand hebt hebt gefietst ben je helemaal kapot en op en kun je echt niet meer verder, omdat je je mentaal op een specifieke afstand hebt voorbereid. Waar was dat wel zo? Zou ik toch nog verder kunnen fietsen? Tijdens PBP moet je wel. Dus... niet naar het station van Herentals, maar op de fiets verder naar Tilburg. Zou dat lukken?
Ik moet er wel bij zeggen dat ik dan wel wind mee had, dat scheelde enorm. Toen ik door Herentals fietste, wist ik zeker dat ik verder zou fietsen. Gewoon over de grote baan naar Turnhout, en vanaf Turnhout over het 'Bels Lijntje' naar Tilburg. In alle rust. Dus nog even stoppen op de markt van Turnhout,



en bij de Albert Heijn in Baarle nog een bakje kwark en een salade aangeschaft.

Ondertussen begon het zowaar mooi weer te worden, wat betekende dat ik ineens rekening moest gaan houden met allerlei rustig peddelende al dan niet elektrische zondagmiddagfietsers. Die kom je niet tegen midden in de nacht.
Hoewel ik nog even had overwogen helemaal naar huis te fietsen besloot ik er een einde aan te maken in Tilburg. Nog een stukje trein en dan thuis op de bank uitrusten.

Strava:

https://www.strava.com/activities/2324922263
https://www.strava.com/activities/2325681690

maandag 5 juni 2017

Een fietsvakantie door heel Nederland in 32 uur. BRM 600 Rondje Nederland.


Zaterdagochtend vroeg opstaan om met de eerste trein vanuit Arnhem richting Limburg te gaan, voor mijn eerste 600-km brevet. Natuurlijk was ik veel te vroeg op het station, waar verder alleen een schreeuwende dronken Feijenoordaanhanger was. In Venray reed ik zo snel mogelijk richting Merselo, want de trein was om kwart voor acht op station Venray en de rit zou om acht uur beginnen. Dat betekende meteen de zeven snelste kilometers van het hele weekend.

Bij de molen van Merselo was iedereen er nog. Snel de brevetkaart gehaald, en zo kon ik nog mee met de groep. Dat vond ik erg prettig, want op die manier gingen de eerste honderd kilometer relatief snel en met weinig inspanning in een grote groep. Ik kwam naast verschillende rijders te rijden die ik nog niet kende, ook Duitsers die natuurlijk goed vertegenwoordigd waren. Over doorgaande wegen ging het richting Grave, waar we de Maas overstaken. Het gebied werd voor mij steeds bekender, want ik heb in het verleden zowel in Wijchen als in Nijmegen gewoond. Onderweg kwamen we al meerdere molens tegen, en er zouden er nog vele volgen. Een cliché over Nederland dat blijkt te kloppen.

Na de Rijn bij Renkum te hebben overgestoken ging het licht maar vrijwel onmerkbaar omhoog de Veluwe op. Ik had in mijn hoofd dat de controle in Elspeet zou zijn, maar al in Kootwijk zaten de eerste honderd kilometers erop. Snel een stempel halen en een glas Chocomel. Maar toen even later Slugbait bij me kwam zitten met een stuk appeltaart volgde ik zijn voorbeeld. En toen waren de anderen ineens weg en bleven wij met zijn tweeën over op het terras. Zo fietsten we dan ook met z’n tweeën verder. Mijn tempo lag net wat lager dan dat van Slugbait, af en toe bleef ik dan ook maar achter hem hangen. Voor Elspeet misten we ook nog een afslag, gelukkig leverde dat maar een paar honderd meter extra omweg op.

Voorbij Nunspeet kwamen we het bos uit en deed de wind zich voor het eerst gelden. Opvallend, want we hadden verwacht hem meer in de rug te hebben, maar wind is iets verradelijks. Bij de brug naar Flevoland, bij Elburg, moesten we lang wachten, en pikten we nog een extra rijder op. Ik was ondertussen wel toe aan een krentenbol, maar Slugbait wilde liever doorfietsen. Krentenbol dan maar fietsend genuttigd. In Kampen stond ook de brug over de IJssel open, zodat ik nog een tweede krentenbol weg kon werken. De pont over het Zwarte Water bij Genemuiden gaf nog een volgende gedwongen pauze.

Het stuk dat volgde door de Kop van Overijssel vond ik verrassend mooi. Het laatste stuk ging over smalle fietspaadjes door moerassen en langs smalle vaartjes met zeer steile bruggetjes. Het controlepunt was bij een pannenkoekenrestaurant, waar ik dan ook een pannenkoek heb besteld. We kwamen nog enkele andere deelnemers tegen.


Slugbait begon het steeds moeilijker te krijgen met fietsen, en waar ik eerste de langzamere was geweest begon hij nu serieus achterop te raken. Uiteindelijk ben ik in Friesland zelf verder gefietst. Dit traject was pal tegen de noordwestenwind in, over saaie rechte wegen. Niet mijn favoriete deel van de route. Een duo elektrofietsers haalde me in. Af en toe nog ophaalbruggen, waarvan er een enkele weer open stond. De laatste kilometers voor Bolsward waren mooier, over kleine binnenweggetjes en langs kanaaltjes.


In Bolsward was een criterium bezig. Ik was eerst in de war, want volgens de oorspronkelijke routebeschrijving moesten we een stempel halen in een snackbar, maar dit was veranderd in een café aan de overkant. Ik nam nog een maltbiertje; daar zou ik later nog spijt van gaan krijgen. Naast de cafés zat een Chinees met een uitnodigende bank voor de gevel. Ik bestelde nasi en nam plaats met uitzicht op de voorbijrazende criteriumrenners. Even later kwam ook Slugbait erbij, evenals twee andere deelnemers, van wie een reed op een bijzondere Flevobike Green Machine. Slugbait zat er helemaal doorheen, hij kreeg ook geen eten naar binnen, en besloot op te geven en in Sneek de trein naar huis te nemen. Met een groepje van drie reden we richting Afsluitdijk.

Op de Afsluitdijk was de wind gelukkig niet meer pal van voren, maar van opzij. In een rustig tempo reden we de dertig kilometers. In de Wieringermeer begon het donker te worden en gingen veiligheidshesjes en lampen aan. Ik begon steeds meer last te krijgen van opborrelend gas, boeren en hikken, waarschijnlijk te wijten aan de alcoholvrije biertjes en de cola die ik had gedronken. Lesje voor de volgende keer. We reden door de kop van Noord-Holland door allerlei mij volstrekt onbekende dorpjes, al herkende ik wel ergens het enorme mislukte museum van Dirk Scheringa.
Ik begon moeite te krijgen het tempo bij te houden, en was blij toen we bij het volgende controlepunt aankwamen, een tankstation langs de A7. De man achter de kassa was in een slecht humeur, want het PIN-systeem was uitgevallen en daarnaast kwamen er ook nog al die irritante fietsers langs die een stempeltje wilden. Helaas was er nergens een plek om echt te zitten.

Richting Volendam ging het verder, waar we pal door het zaterdagavondse feestgedruis over de kade verder fietsen. Dan onder langs de Markermeerdijk richting Marken, waar bij het begin van de dijk naar Marken een fotocontrole was. Achteraf bleek ik de verkeerde ANWB-paal gefotografeerd te hebben. 


Dan verder langs de dijk, over de Schellingwoudse brug over het IJ. Ik besloot daar alleen verder te fietsen en de andere twee te laten gaan. Ik moest echt even zitten, het was al rond twee uur en ik had de rust nodig. Zo heb ik dan heel even een tukje gedaan liggend op een bankje van een meter lang in een bushokje in Amsterdam-Oost.

Ik werd wakker van een arriverende bus, want in Amsterdam zijn bushokjes op dat tijdstip nog gewoon in gebruik. Weer terug op de fiets reed ik meerdere malen fout in mijn pogingen om bij het Amsterdam-Rijnkanaal te komen. Mijn scherpte was helemaal weg. Tot overmaat van ramp sloeg bij Driemond ook nog mijn GPS op hol. Ik dacht eerst dat er nieuwe batterijen in moesten, maar ook dat hielp niet. Een andere deelnemer kwam langs, ik kon met hem meefietsen, maar ook hij was niet meer op zijn scherpst en had veel moeite de goede weg te vinden. Uiteindelijk besloot ik om in Baambrugge maar in een bushokje te gaan zitten en het licht af te wachten. Het liep onderhand al tegen vieren.

Ik moet nog wel een tijdje weggedommeld zijn, want toen ik wakker werd van de kerkklok die vijf uur sloeg was het al weer licht. Ik voelde me een stuk beter, het opgeblazen gevoel was een stuk minder geworden en wonder boven wonder deed ook mijn GPS het weer. Misschien is hij nooit echt kapot geweest en heb ik spoken gezien…

Bij Breukelen vond ik nog een portemonnee; opgeraapt en meegenomen. Dan richting Utrecht, in het Maximapark nog even op een lekker lang bankje gelegen en naar de blauwe lucht gekeken. Twee andere deelnemers die ik nog niet gezien had kwamen me voorbij; ik besloot erachteraan te fietsen om wat aanspraak te hebben bij het volgende stempelpunt. Dat was weer in een benzinestation, in Nieuwegein. De twee waren pas later begonnen met fietsen vanwege treinperikelen, vandaar dat ik ze nog niet eerder had gezien.



Het volgende traject was een mooi stuk door het rivierenland. Vooral het stuk langs het Merwedekanaal was fijn fietsen. Ik ging een stuk lekkerder dan tijdens de nacht. Op de verschillende bruggen even foto’s genomen om het thuisfront op de hoogte te houden. Bij de brug van Keizersveer kwam ik weer een van de twee die ik in Nieuwegein al had gezien tegen, een fietser uit Oss. 


Samen fietsten we verder richting Tilburg. We raakten in gesprek, fietsend langs het Wilhelminakanaal, en misten daardoor nog een afslag bij Tilburg. Door Tilburg was de route nogal saai. Tilburg is erg uitgestrekt, en het controlepunt liet maar op zich wachten.

Uiteindelijk bereikten we rond half twee het controlepunt, gelukkig weer gewoon met een terras. Daar was ook een van mijn medefietsers van vannacht, op de Flevobike. Ik nam een kop tomatensoep en een stuk appeltaart. Het ging er gelukkig allemaal goed in. 


Er arriveerden nog meer fietsers, maar uiteindelijk ging iedereen op eigen tempo het volgende stuk in.

Door de westenwind hadden we al sinds Oosterhout wind mee gehad, maar nu ging het meer richting zuiden en af en toe was de wind toch tegen. Ik begon steeds meer last te krijgen van mijn linkerhand en -arm, en ook de zadelpijn deed zich steeds meer gelden. Het fietsen ging ondanks de gunstige wind steeds langzamer en houteriger. Steeds meer last begon ik ook te krijgen van de gewoonte om in ieder dorp klinkers neer te leggen in plaats van asfalt.

Onder Eindhoven reden we het bos in, waar het laatste controlepunt was, een uitspanning met de mooie naam ‘Hut van Mie Pils’. Het was er stervensdruk door de wandelaars en de elektrofietsers. Het weer was ook veel beter dan voorspeld was. Dat was gisteren ook al zo geweest, waardoor ik meer was verbrand dan ik had verwacht. Ik hield daarom ook maar mijn lange armen en beenstukken aan, om te voorkomen dat het erger werd. In smeren had ik geen zin.

Met een waterijsje en een ijshoorntje ging ik zitten, net op het moment dat de Flevobikefietser weer vertrok. Verder kwam ik daar niemand tegen. Mijn fiets had ik niet goed neergezet, want die viel op een gegeven moment om. Toen ik wegfietste kwam ik erachter dat het stuur niet meer recht stond. Gelukkig was het makkelijk recht te buigen. Op de Strabrechtse heide was het ook erg druk. Op een gegeven moment was het zelfs filefietsen op de smalle onverharde fietspaadjes.

Over het laatste traject valt verder weinig spannends meer te vertellen dan dat de wind fijn in de rug stond, maar dat alloes steeds meer pijn begon te doen. Ik moest nog twee keer stoppen om een pijnlijke steek in mijn voet weg te masseren. Op de lange rechte weg tussen Deurne en Venray kwam een oude man op een racefiets, die ik eerder had ingehaald, nog in mijn wiel zitten. Ik vond dat op dat moment erg irritant, maar de man wist waarschijnlijk ook niet dat ik al zeshonderd kilometer had gefietst. 


En dan terug in Merselo bij de molen, waar het feest was omdat de molen 150 jaar bestond. Even nagepraat met enkele anderen, die net voor mij waren aangekomen, en met Jan van Osch, de organisator. Natuurlijk heb ik hem een compliment gemaakt met de fraaie route (waar hij ook een beetje naar zat te vissen). Het was half vijf, dus ik had een totale tijd van 32,5 uur. Daar was ik heel tevreden mee, gezien het feit dat het mijn eerste keer was en dat ik geen racefietser ben. Het stukje fietsen naar Venray-station deed ik heel rustig en gemoedelijk (ik deed er met wind mee twee keer zo lang over als op de heenweg met wind tegen), en in de trein terug viel ik natuurlijk in slaap. Moe maar tevreden.

Strava